Skip to main content
Nieuws

KZB Family Feeder in de schijnwerpers tijdens roadshow

By 8 juli 2024juli 9th, 2024No Comments

Bron: PigBusiness

Tekst: Reinout Burgers

Grote kans dat vrijloopkraamhokken de norm gaan worden, maar er is nog weinig ervaring met vrijloopkraamhokken. Reden voor WUR en VKON om bij varkenshouder Jarno Brummelhuis een roadshow te organiseren. Een opvallend aspect: Topigs presteert het op hun proefboerderij in Canada om een lage uitval te realiseren zonder dat de zeugen vastgezet worden.

Weinig zeugenhouders hebben vrijloopkraamhokken. Deels komt dat doordat er weinig geïnvesteerd wordt vanwege moeizame vergunningaanvragen, maar ook omdat er nog geen dwingende wetgeving is die een dergelijk kraamhoksysteem vereist. Dat kan in de toekomst veranderen nu ook de EFSA (Europese voedsel- en warenautoriteit) het niet meer vastzetten van dieren omarmt. Dat er weinig vrijloopkraamhokken zijn, komt in ieder geval niet door gebrek aan interesse vanuit de varkenshouders.

Op de roadshow bij Jarno Brummelhuis in Hoge Hexel (OV) waren alleen maar varkenshouders aanwezig, waarvan een enkeling ervaring had met vrijloopkraamhokken. Wegens grote interesse gaat VKON een tweede roadshow over vrijloopkraamhokken organiseren. De roadshows zijn onderdeel van het Kennis op Maat-project “Roadshow Winst van een goed ingericht activiteitsgebied voor varkens” en worden getrokken door WUR en VKON.

WUR-onderzoeker Marko Ruis is nauw betrokken bij de roadshows en hij ziet dat er internationaal veel aandacht is voor vrijloopkraamhokken. “Dit zou inderdaad zomaar wetgeving kunnen worden en het is goed dat varkenshouders hier nu al mee bezig zijn. Wat Jarno hier heeft, is in ieder geval een heel mooi concept.”

Eenvoudig van opzet

Topigs Norsvin subfokker Jarno Brummelhuis heeft nu al meer dan tien jaar ervaring in vrijloopkraamopfokhokken. Op zijn bedrijf heeft hij 530 fokzeugen, waarmee ze TN50 en TN70 vermeerderingsgelten fokken. Hij hanteert het wekensysteem en speent sinds een jaar op 5 weken leeftijd. De dragende zeugen komen vlak voor de verwachte werpdatum in de vrijloopkraamopfokhokken en gaan na 5 weken (bij het spenen) weer weg, terwijl de gespeende biggen in het hok achterblijven. Voor de biggen verandert er dus weinig. “Het vrijloopkraamopfokhok is bij ons uitvoerig getest en is eenvoudig van opzet. Het is bedacht door de boer en gekeken vanuit het dier”, vertelt Brummelhuis aan de varkenshouders.

“Het succes van vrijloopkraamopfokhokken is voor mij de eenvoud. het overzicht tijdens controles, arbeidsgemak, voeding door big en zeug samen te laten eten, geen speendip, minder spoelwater, lagere stookkosten en natuurlijk het welzijn voor de dieren. Big en zeug kunnen nu beter hun natuurlijk gedrag vertonen. Vereisten zijn wel een rustige zeug met goed en sterk beenwerk, waardoor ze de kracht heeft rustig te gaan liggen en niet neerploft en natuurlijk robuuste vlotte biggen.”

Testen van vrijloop

De eerste vrijloopkraamhokken die Brummelhuis op zijn eigen bedrijf testte, waren de Pro Dromi-kraamhokken, maar omdat de nanny’s niet in het kraamopfokconcept pasten, heeft de varkenshouder zijn eigen vrijloopkraamhok ontwikkeld. In de teststal met zes kraamopfokhokken heeft hij vanaf 2014 twee jaar verschillende opstellingen getest. In die twee testjaren heeft Brummelhuis het vrijloophok samen met onder andere Nijenkamp verbeterd en nu is er een systeem dat goed in de praktijk werkt en is ontdaan van alle onnodige zaken. In december 2016 was de opening van de nieuwe vrijloopkraamopfokstal met 11 afdelingen en 22 hokken per afdeling.

Brummelhuis: ‘Woensdag spuiten we de kraamstallen schoon en op donderdag leggen we 22 zeugen op. anden we een nieuwe lijn en legden we de zeugen in een pen van 22 zeugen op. Dat gebeurt heel rustig en met alle 22 zeugen tegelijk. De hekken zijn gemakkelijk te bedienen. Op maandag leggen we de zeugen tijdelijk vast en de afdelingstemperatuur is dan 22 graden Celcius. In de loop van de week worden de biggen geboren. Op donderdag, als de laatste biggen geboren zijn, laten we de temperatuur naar 19 graden Celcius zakken. Vijf tot zeven dagen na de geboorte mag de zeug weer los. De biggen zijn tot die tijd veilig in het biggennest. De biggen en de zeug willen graag bij elkaar zijn, vandaar dat het biggennest bij de kop van de zeug is geplaatst.”  

De innovatieve subfokker had in eerste instantie de zeugen al na drie dagen losgelaten, maar toen bleek dat de uitval daardoor toch iets hoger werd, waardoor hij ze nu iets langer vast laat.

“De uitval bij ons is vergelijkbaar met de oude situatie en andere kraamhokken.”

Een belangrijk aspect van vrijloopkraamhokken is de interactie tussen zeug en big, waardoor ze meer natuurlijk gedrag kunnen vertonen zoals het leren eten. “Dat zie je als de zeug vreet; dan willen de biggen ook vreten”, geeft de subfokker aan. “Dat doen ze al na drie dagen. We hebben daarom heel bewust voor de lage VERBA KZB family feeders gekozen. De verspilling van voer is minimaal, zo blijkt uit onderzoek in de mestput op voerresten.”

Bij een hoge bak is er meer vermorsing, omdat de zeug het voer aan de biggen wil geven vanuit een natuurlijk instinct en ze duwt het voer over de bakrand.

Eetgedrag vrijloopkraamhok

Brummelhuis is niet de enige spreker op de Roadshow. Anouschka Middelkoop, onderzoeker Swine Nutrition bij Schothorst Feed Research (SFR), geeft uitleg over de vrijloopkraamhokken bij SFR en vervolgens over ‘samen eten, samen leren’ naar het eetgedrag van biggen in vrijloopkraamhokken. Op SFR blijft de zeug ongeveer vier dagen na geboorte vast, waarbij er gebruik wordt gemaakt van een balansvloer onder de zeug. Deze gaat omhoog als de zeug opstaat.

“Na de overschakeling naar vrijloopkraamhok met balansvloer zagen we een vermindering in het percentage doodliggers, van 6  naar 4,3 procent, en hebben we de mortaliteit in de kraamstal omlaag kunnen brengen. We spenen alternerend op dertig dagen, waarnaar de naar de speenstal gaan. In tegenstelling tot Brummelhuis maken we gebruik van hoge voerbakken. Dit komt omdat we willen weten en meten wat de big eet en wat de zeug eet, aangezien we een onderzoeksbedrijf zijn. Vrijloopkraamhokken bieden echter veel extra mogelijkheden om biggen eten te laten leren door de zeug. Ook zijn er meer toepassingsmogelijkheden om verschillende voersoorten aan te bieden.”

Middelkoop vervolgt haar verhaal “In de natuur zien we dat biggen op dag 5 beginnen met foerageren en ontdekken. Op dag 10 eten big en zeug al samen en de biggen leren van de zeug wat, waar en hoe ze moeten eten. Dit kun je in de kraamstal toepassen met behulp van een familie eetsysteem, bijvoorbeeld door de zeug in een lage voerbak te voeren.” Met een familie eetsysteem in plaats van een hoge voerbak heb je volgens Middelkoop meer mogelijkheden voor de big om te zien wat en hoe de zeug eet. “Een big is eerder geneigd te gaan eten als de andere varkens bij de voerbak zijn. De big wil bovendien hetzelfde eten als de anderen. In studies met een familie eetsysteem leert dan ook 73 procent van de biggen te vreten voor het spenen, en dit leren ze met name op een jongere leeftijd. Dit kan leiden tot een hogere voeropname en groei.”

Betere vertering en efficiëntie

Door vroeg te beginnen met het aanbieden van vast voer aan zogende biggen hebben ze niet alleen de tijd om te leren vreten van de zeug, maar heeft ook de darm de tijd om zich goed te ontwikkelen en zich aan te passen aan deze nutritionele verandering. Het is dan ook belangrijk hetzelfde biggenvoer te verstrekken rondom spenen, omdat de big en het darmpakket dit gewend is. Middelkoop “Dat biggen daarnaast zeugenvoer eten is helemaal niet erg. Het is zelfs een voordeel, want doordat ze zeugenvoer eten worden de darmvlokken langer en daarmee het darmoppervlak groter. Door het grotere darmoppervlak is er een betere vertering en efficiëntie.

Daarnaast is uit het promotie-onderzoek van Middelkoop gebleken dat door meerdere soorten voer aan te bieden, je de voeropname van biggen kunt vergroten. Door biggen de mogelijkheid te geven om met de zeug mee van het lactovoer te eten, naast het verstreken van biggenvoer in een eigen bakje, zal de totale vaste voeropname hoger zijn. Dit zorgt voor een goede start na het spenen, en soms zelfs een hoger speengewicht. Om biggen aan het eten te krijgen, is het daarnaast belangrijk dat het voer vers verstrekt wordt, kunnen grote brokken biggen helpen om dit motorisch onder de knie te krijgen, en kan het helpen om het voer eerst nat aan te bieden.

Brummelhuis hanteert grotendeels dezelfde principes als Middelkoop. Zo is de KZB familie voerbak toegankelijk voor de biggen op want deze staat op de vloer en krijgen de biggen al na 5 dagen een kleine bak met hetzelfde biggenvoer dat ze na het spenen ook krijgen. De biggen pakken naar de ervaring van de varkenshouder eerst de grote stukjes uit de voerbak. Doordat de big en zeugen de KZB family feeder zelf schoonhouden, beschikken de biggen altijd over vers voer.

Moedereigenschappen

Genetica en vrijloopkraamhokken horen een beetje bij elkaar, want juist doordat de zeug vrijloopt, moet ze rustig zijn en goede moedereigenschappen hebben. Daar kunnen de fokkerij organisaties op selecteren. In haar nieuwe innovatiecentrum in Canada Innova voert Topigs Norsvin een onderzoek naar vrijloopkraamhokken uit. Waarom? De fokkerij organisatie is ervan overtuigd dat het vrijloopkraamhok de toekomst wordt en zal worden vastgelegd in de wetgeving. “We fokken altijd met het oog op de toekomst”, vertelt Lisette van der Zande, onderzoeker bij Topigs Norsvin. “Want fokkerij neemt tijd. Dat betekent ook kijken wat de wetgeving gaat doen op het gebied van dierenwelzijn en hierop inspelen met onze genetica. We onderzoeken dus ook het gebruik van vrijloopkraamhokken en in Canada hebben we de Prodromi. Ik onderzoek het gedrag van biggen en zeugen in de vrijloopkraamhokken en het risico op hogere uitval. Soms hebben we de zeugen na een dag los of we zetten ze helemaal niet vast. Daarbij is de interactie tussen big en zeug belangrijk. Waarom kan er een hogere uitval zijn? Dat kan komen door een lompe zeug, maar het kan ook te maken hebben met de vitaliteit van de biggen. We kunnen selecteren op de fokwaarde moedereigenschappen.” In Canada hangen camera’s om het gedrag te volgen en deze kan de Topigs Norsvin onderzoeker op elk moment in Nederland bekijken. Het onderzoek is gericht om genetica te selecteren en de data mee te nemen in fokprogramma’s. Wat Van der Zande in de vrijloopkraamhokken ziet, is dat hoe hoger de fokwaarde moedereigenschappen, hoe lager de biggensterfte. “Dat effect zien we vooral in de vrijloopkraamhokken en niet in het standaard hok. De uitval in de vrijloopkraamhokken is nu op hetzelfde niveau als dat van de standaardhokken. Met de camera’s leggen we de interactie tussen big en zeug vast. Hoe vaak, waar en wat. Zo kunnen we extra sturen op gedrag met als doel de uitval verminderen. We selecteren echter al jaren op moedereigenschappen, maar in een vrijloopkraamstal is dat extra belangrijk.”

Buikliggers zijn doodliggers

Toch laat het onderzoek nu al andere bemoedigende resultaten zien. ‘We zien dat de houding van de zeug voorspelt of er straks sprake is van een hoog of laag percentage uitval. Zeugen met één of meer doodliggers blijken meer op hun buik te liggen. Waarom? Wellicht iets met het beenwerk of uier. Als ze uierontsteking hebben, liggen ze namelijk ook vaak op de buik. Dit konden we al voor het werpen en zou gebruikt kunnen worden als managementtool. Ook zijn het vooral de kleine biggen die uitvallen.”

Opvallend is dat Brummelhuis min of meer dezelfde ervaring heeft. Zeugen die een gangbaar kraamhok een hoog uitvalpercentage hebben, bleken ook in de vrijloop een hogere uitval te hebben, en andersom. Wellicht dat genetica toch een belangrijke invloed heeft op uitval dan louter het kraamhoksysteem. Voor Brummelhuis is het vrijloopkraamopfokhok toch wel het ideale kraamhok. “In ieder geval voor ons. De kengetallen zijn hetzelfde als in de oude situatie en het is een stuk relaxter werken. De uitval blijft altijd een punt van aandacht en we selecteren daarom onze zeugen hier ook op.”

Vrijloop kraamhok voerbak zeug met biggen